Logo
Logo

Samenstelling:

De olie is een ingewikkeld mengsel van vele bestanddelen, waaronder alpha-terpenen, gamma-terpenen, cymene alpha-terpineol, sesqui’terpenen, sesqui’terpene alcohol en cineol. De olie heet in vakkringen het Terpenen-4-ol-type. Relatieve dichtheid: 20° C, 0,890-0,906: Brekings-index: 20° C, 1,475 - 1,482: Optische rotatie: 20° C + 50 - 15° : Oplosbaarheid: In 85% (V/V) ethanol bij 20° C, een deel tea tree olie op twee delen ethanol.

Meer weten over Tea Tree olie en recent onderzoek naar deze wonderolie? Ga dan naar thema's aromatherapie!

Proeven (Kelsey-Sykes):

In Januari 1987 heeft in het Nata-laboratorium in Australië tea tree olie van de bovengenoemde kwaliteit de TSA-test (de zgn. hospitaalvoorwaarden) doorstaan tegen:

Pseudomonas Aerginosa, Proteus vulgaris, Escherischia coli en Staphylococcus aureus.

MIC-testen:

In augustus 1987 is dezelfde soort olie in een oplossing van 0,75% getest tegen de volgende schimmels: Aspergillus niger, Candida albicans en Trichophyton mentagrophytes.

Verder was een 1% oplossing werkzaam tegen: Legionella spp. (= veteranen ziekte)

Conserveringsvermogenstest:

Het Nata-testcertificaat no 8155 van 22-2-1980 geeft weer dat de conserveringsvermogenstest (USP XIX 1975) werd doorstaan, 4 delen essentiële olie van tea tree op 1000 delen watermengsel (1:250).

Inocula-Pseudomas aurginosa, Escherischia coli, Staphylococcus aurus, Candida albicans en Aspergillus niger.

Na 35 dagen werd geen groei van enig organisme waargenomen.

Onderzoek candida albicans

Door Dr. Paul Belaiche, hoofd van de afdeling ‘Phytotherapie’ van de medische faculteit van de Universiteit van Parijs.

In 1985 heeft Dr. Belaiche de werking van tea tree olie vergeleken met essentiële olie van kaneel, oregano, salie en tijm, in een onderzoek tegen chronische vaginale infekties met de schimmel candida albicans. Alleen tea tree olie kon plaatselijk, 2 maanden lang, zonder irritaties van de slijmvliezen worden gebruikt en gaf de beste bestrijdingsresultaten tegen de schimmel.

De vrouwen in zijn onderzoek gebruikten iedere avond een vaginale capsule die gelatine met een druppel (= 2 centigram) tea tree olie bevatte. (In Amerika werden in 1962 ook tampons gebruikt met verdunde tea tree olie).

De olie werkte plaatselijk, hielp afvalstoffen te verwijderen en stimuleerde tevens de lymfevaten om een snelle genezing te bevorderen. Na een maand waren van de 28 patiënten er 21 genezen. Zeven vrouwen hadden geen klachten meer. Slechts één vrouw kon de plaatselijke behandeling niet verdragen. De vrouwen waren gemiddeld 39 jaar oud.

Candida

Candida (haar andere naam is Monilia) is eigenlijk een gist. Omdat het meestal een schimmel wordt genoemd, spreekt men van een schimmelinfektie. In de schede wordt een zuur milieu in stand gehouden, waarin de meeste ziekteverwekkers te gronde gaan. Dit zure milieu, een door het lichaam opgeworpen barrière, kan worden aangetast door het gebruik van (intiem-) sprays, bepaalde soorten zeep, in- en uitwendig gebruik van antibiotica en de pil. Ziekteverwekkers krijgen de kans een ontsteking te veroorzaken. 

Terzijde: De meest bekende infekties van de vagina zijn infekties veroorzaakt door candida, gardnerella, trichomonas en gonokokken. Verder zijn er nog de aspecifieke infekties. Voor de vagina zijn twee virusinfekties belangrijk: herpes genitalis en condylomen (wratten).

De candida-organismen bevinden zich vaker op de schaamlippen en in het gebied tussen anus en schede, dan in de vagina zelf. Klachten, die men hiervan heeft, zijn soms vreselijke jeuk, een branderige pijn aan de schaamlippen en vagina. De schaamlippen kunnen flink rood en gezwollen zijn.

Candida houdt zich ook regelmatig op in de plasbuis en in de blaas. Plassen kan dan een branderige pijn geven en men moet vaak plassen, met kleine beetjes tegelijk. Vaker zijn er helemaal geen klachten en alleen onverklaarbaar vaak schimmelinfekties van de vagina doordat deze steeds weer vanuit de plasbuis wordt besmet. De dokter zal een uitstrijkje maken voor onderzoek. Als men bij schimmelinfektie een spekulum inbrengt en de afscheiding bekijkt, ziet men een wit, brokkelig goedje, dat op kwark lijkt.

Candidiasis

R.A. Nieuwenhuis schrijft in ‘De orthomoleculaire Koerier’ over candidiasis het volgende:

“Volgens Amerikaanse onderzoekers lijdt thans één op de drie Amerikanen reeds aan de gevolgen van een ziektebeeld, dat weliswaar reeds lang bestaat, maar dat onder invloed van ons in- en uitwendig vervuild milieu epidemische vormen lijkt te gaan aannemen. Het betreft hier een pathologische verandering van de normaliter in symbiose met het menselijk lichaam levende gistcel candida albicans in een schimmel, welke niet meer in dienst van het organisme staat, maar integendeel vele biochemische processen ontregelt.

De schimmel, die overigens ook van buitenaf in het lichaam kan komen, nestelt zich in eerste instantie met name in de slijmvliezen, maar tracht zich vervolgens te koloniseren in andere weefseldelen.

Normaliter komen schimmels het meest voor op de huid en in de slijmvliezen. Schimmels in het maag/darmkanaal komen zeer regelmatig  voor. Deze schimmelvormen zijn over het algemeen klinisch aantoonbaar. Zodra echter de schimmel zich in de weefsels gaat ophouden, is een en ander klinisch veel moeilijker te diagnosticeren, maar in de Verenigde Staten is inmiddels een test ontwikkeld, waarbij ook in dit geval de negatieve invloed van de candida albicans-schimmel min of meer kan worden aangetoond. 

Candida albicans is een gistcel, die van naturen in het menselijk lichaam voorkomt en van dood weefsel leeft (een zogenaamde saprofiet). Deze cel geeft geen problemen zolang hij normaal kan funktioneren en onder controle staat van het afweersysteem en de darmflora. Maar als gevolg van ecologische veranderingen in het inwendig milieu kan de darmflora degenereren en verzwakt de afweer. De gistcel candida albicans gaat zich dan in het lichaam vermeerderen, met name in de dikke darm, raakt pathogeen (ziekteverwekkend) en verandert in een schimmel: een stof, die ook levend weefsel benut om zich staande te houden. De schimmelkolonies produceren bovendien chemische toxinen, die ook in de bloedsomloop terecht kunnen komen, zodat ook andere weefsels dan die van het maag/darmkanaal of de vagina kunnen worden gekoloniseerd. In eerste instantie leidt dit veelal tot klachten als menstruele krampen bij vrouwen, lethargie, chronische diarree, blaasontstekingen, astma, migraine, depressie, huidproblemen e.a.

Indien bepaalde weefseldelen zijn gekoloniseerd door candida albicans, kunnen daar regelmatig terugkerende infekties optreden zoals bijvoorbeeld vaginitis en spruw. Op langere termijn kan de candida albicans-schimmel zich echter verder uitbreiden en dan de oorzaak worden van ernstigere infektieverschijnselen.

Kortom, de biologische storingen, die door de candida albicans-schimmel  kunnen worden opgeroepen, zijn zeer talrijk. Deze aan gist te relateren aandoeningen worden kollektief aangeduid met de term ‘candidiasis’ of preciezer: polysystemische chronische candidiasis’: die organische situatie, waarbij sprake is van vergaande kolonisatie door de pathogene schimmel candida albicans.

De candida albicans-schimmel produceert minimaal 79 verschillende chemische substanties, welke als allergenen kunnen worden aangemerkt! Het valt dan ook niet moeilijk in te zien welk een enorme belasting dit vormt voor het afweersysteem. Aangezien de candida albicans-schimmel tevens autonoom de zogenaamde T-suppressorcellen aantasten, zal op langere termijn het immuunsysteem van een candida albicans patiënt totaal ontregeld raken: totaal verzwakte afweer, auto-immuunreakties en  

allergieën. Het aantal allergenen zal als gevolg van de verstoring van de immuunbalans voor de aantasting van de suppressorcellen steeds verder toenemen. Dit gevoegd bij de direkte belasting van de diverse orgaandelen, organen en orgaansystemen, waaronder het veroorzaken van onbalansen in het gehele hormonale stelsel, leidt ertoe, dat een patiënt met vele jaren candidiasis in een uiterst povere gezondheidssituatie verkeert.

De uiteindelijke symptomen van een dergelijke status zijn dan onder meer: totale lethargie, uitzonderlijke vermoeidheid, allergische reakties op alles en nog wat en een zeer slechte darmfunctie”

Tot zo ver R.A. Nieuwenhuis, die in zijn artikel nader ingaat op de allopathische behandeling en de orthomoleculaire aanpak. Ik citeer hem, omdat candidiasis voorkomt bij aidspatiënten. Karen Cutter, een vooraanstaande natuurgeneeskundige in Sydney, geeft aidspatiënten met candidiasis zes maanden lang tea tree olie druppels om in te nemen. Soms opgevoerd tot zestig druppels per dag. Karen Cutter heeft eerst zelf drie maanden achtereen 120 druppels per dag ingenomen om te zien of de hoeveelheid druppels die zij aan de patiënten wilde voorschrijven wel verantwoord was.

Tisserand vermeldt dit experiment uit 1987 in het International Journal of Aromatherapy van februari 1988. Uit zijn persoonlijke correspondentie met aromatherapeuten in Australië weet hij, dat Karen Cutter’s experimenten met tea tree olie in deze gevallen van candidiasis bij aidspatiënten zeer succesvol zijn. Tisserand voorspelt dat de vraag naar dit relatief goedkope natuurprodukt binnen enkele jaren zal vervijfvoudigen. 

 

Meer weten over Tea Tree olie en recent onderzoek naar deze wonderolie? Ga dan naar thema's aromatherapie!